| |
 |
Newsdesk
Onderstaande berichten zijn maximaal een maand oud
|
 |
Tekort aan kennis dreigt
7 september - Organisaties ondernemen te weinig activiteiten om te zorgen dat ze ook in de toekomst over de juiste kennis kunnen blijven beschikken. En dat terwijl de arbeidsmarkt voor hoogopgeleide professionals de komende jaren drastisch verandert en de traditionele manieren om die kennis te verwerven niet meer werken. Dit blijkt uit recent onderzoek van Yacht. Hieruit blijkt ook dat kennis steeds belangrijker wordt voor het toekomstige succes en continuïteit van organisaties. Het niet kunnen beschikken over de juiste kennis brengt de continuïteit van organisaties in gevaar.
Door toenemende (internationale) concurrentie, toenemend tempo van innovaties en steeds korter wordende time-to-market moeten organisaties steeds sneller en adequater reageren op marktveranderingen. Dit zorgt voor toenemende behoefte aan de juiste kennis en expertise. Tegelijkertijd krimpt en fragmenteert het aanbod van kennis. Demografische ontwikkelingen als vergrijzing wijzen onherroepelijk in de richting van een hogere uitstroom van werkenden vanaf 2010. Daarnaast veranderen de eisen en wensen van toekomstige hoogopgeleide werknemers. Hoogopgeleide professionals kiezen steeds vaker voor nieuwe vormen van werken, al dan niet als zelfstandige, in steeds wisselende verbanden en wisselende samenstelling. Peter Hulsbos, algemeen directeur van Yacht: “Wie deze kenniskloof veronachtzaamt, kan zich op termijn nooit staande houden in de kenniseconomie waarin we wereldwijd leven en werken.”
Het is dan ook opvallend, zo blijkt uit het onderzoek van Yacht, dat de agenda voor de komende jaren gedomineerd blijft worden door kostenbeheersing, waarbij de meest voor de hand liggende oplossing op korte termijn het ontslaan van medewerkers lijkt. Dit terwijl organisaties nu al wel moeite hebben met het aantrekken van hoogopgeleide mensen met de juiste kennis en expertise en dit ook voor de toekomst meer verwachten. Peter Hulsbos: “Organisaties gaan voorbij aan het werkelijke risico dat ze nemen: door gebrek aan kennis komt de continuïteit in gevaar. Het wordt tijd dat organisaties inzien dat het niet kunnen beschikken over de juiste mensen met de juiste kennis het grootste risico voor de toekomst is. Daarom moet dit onderwerp bovenaan de directieagenda staan.”
Ruim de helft verwacht een steeds dynamischer markt en arbeidsmarkt de komende jaren en moet daarop inspelen. De toekomst vraagt van organisaties flexibeler en efficiënter te zijn. Peter Hulsbos: “Organisaties zullen anders en slimmer moeten omgaan met deze ontwikkelingen. Ze zullen wendbaar moeten worden om beter te kunnen anticiperen op en mee te kunnen gaan in deze dynamiek. De crisis heeft laten zien dat juist die bedrijven die zich op deze wijze hebben ingericht, in staat bleken deze zonder al te veel kleerscheuren door te komen.” Dit is vooral goed te zien bij bedrijven uit de industrie die, zo blijkt uit het onderzoek, flexibilisering zien als oplossing voor kostenverlaging, productiviteitsverhoging en het in huis halen van specifieke kennis. “Door wendbaar te zijn op het gebied van kennis ben je als organisatie in staat concurrerend te blijven en je continuïteit te waarborgen.”
Het onderzoek is in mei 2010 uitgevoerd door onderzoeksbureau Marketresponse in opdracht van Yacht, FunktieMediair en Randstad Nederland. Het betrof een online onderzoek, gehouden onder 1.346 vertegenwoordigers van Nederlandse organisaties met tenminste vijf werknemers in overwegend midden- en hoger management functies. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in de sectoren: industrie, zorg, energie, financiële dienstverlening, onderwijs, zakelijke dienstverlening en overheid. Zowel Yacht, FunktieMediair als Randstad Nederland hebben naast een algemeen vragendeel elk afzonderlijk specifieke vragen gesteld aan voor elke partij unieke respondenten.
|
 |
ICT-Office vergeet rol intellectueel eigendom 7 september - Goed dat er nu duidelijke economische kerncijfers beschikbaar zijn, maar het onderzoek ‘De softwaresector in Nederland’ gaat voorbij het aan fundament van ondernemerschap en innovatie in dit domein. Intellectuele eigendomsrechten, waaronder het auteursrecht, vormen de basis voor exploitatie, zelfs wanneer het om opensourcesoftware gaat. Bovendien mist de wens van brancheorganisatie ICT-Office om ‘softwarebedrijven te laten uitgroeien tot de motor van de economie’ een plan om de schaarste aan ICT-professionals en andere kenniswerkers duurzaam aan te pakken. Dat blijkt uit de zojuist verschenen trendanalyse Softwarebusiness loopt op copyright van bedrijfsjurist en industrieanalist mr. Victor de Pous.
Belangrijk onderzoek De recente studie ‘De softwaresector in Nederland’ van bureau Dialogic opent de ogen voor wat betreft de aard en omvang van deze bedrijfstak in Nederland. Zo wordt er terecht gewezen op de omstandigheid dat allerlei bedrijven buiten de traditionele softwaresector computerprogramma’s maken. Ook zorgt softwarecode voor vernieuwing in en buiten de sector. ‘De studie gaat echter voorbij aan het feit dat intellectuele eigendomsrechten het fundament voor het economisch succes en het innovatievermogen van de softwaresector vormen. Deze rechten maken de exploitatie van softwarecode op grond van diverse bedrijfsmodellen en leveringswijzen mogelijk’, aldus De Pous.
Opensourcesoftware Het Leitmotiv in de softwaresector luidt Go your own way, entrepreneur, zowel in technische als bedrijfsmatige zin. Het eerste aspect is gestoeld op het rechtskader voor exploitatie; het tweede aspect zien we nadrukkelijk bevestigd door de uitkomsten van het onderzoek, onder meer in de actuele modus operandi met betrekking tot softwareontwikkeling en de wijze waarop computerprogramma’s vervolgens worden vermarkt.
Ondernemersvrijheid Wie van ‘scratch’ ontwikkelt, maakt in toenemende mate gebruik van reeds beschikbare softwarecode. Daarbij speelt opensourcesoftware een belangrijke rol, nu er al meer dan 180 duizend opensourcecomponenten beschikbaar zijn. ‘Uit de Verenigde Staten wisten we al dat nieuwe programmatuur vaak grotendeels samengesteld wordt uit open en niet-opensourcesoftware, die vervolgens als ‘closed source’ aan de markt wordt aangeboden. Dat zien we nu ook in Nederland bevestigd. Deze praktijk rechtvaardigt niet dat de overheid als inkoper opensourcesoftware positief discrimineert’, aldus De Pous.
Component-based programming Maar component-based programming vereist wel gedetailleerd juridisch beleid en naleving voor zowel inbound als outbound licensing. We moeten namelijk goed beseffen dat op softwarecode in beginsel altijd intellectuele eigendomsrechten rusten. Wanneer de code in licentie gegeven is, gelden de voorschriften van de gebruiksovereenkomst. Daaraan moeten contractpartijen, zoals creatieve programmeurs, zich houden.
Schaarste Met de uitkomsten van het onderzoek wil brancheorganisatie ICT-Office softwarebedrijven graag laten uitgroeien tot ‘de motor van de economie’. Geen slechte gedachte. Maar de bedrijfstak in brede zin moet dan kunnen putten uit een reservoir aan uiteenlopende ICT-professionals en andere kenniswerkers. Daaraan schort het in Nederland en West-Europa nadrukkelijk. Ook hieraan gaan de onderzoekers en opdrachtgever ICT-Office voorbij.
|
 |
Actie dagbladen in Week van de Alfabetisering 6 september - Vijf landelijke dagbladen, te weten Metro, De Pers, Trouw, Sp!ts en de Volkskrant, drukken aan het begin van de Week van de Alfabetisering één van hun nieuws-, sport- of entertainmentpagina's ook af in vereenvoudigd Nederlands. De redacties laten met dit initiatief zien wat het taalniveau is dat 1,5 miljoen volwassenen in Nederland maximaal beheersen. De actie is een samenwerking met Stichting Lezen & Schrijven en wordt mede mogelijk gemaakt door uitgeverij Eenvoudig Communiceren. 1,5 miljoen volwassenen in Nederland zijn laaggeletterd. Ook veel kinderen kampen met een taalachterstand. Laaggeletterden kunnen vanwege hun gebrekkige lees- en schrijfvaardigheden niet goed in de samenleving functioneren. Alledaagse dingen zoals de krant lezen, maar ook een treinkaartje kopen, pinnen of boodschappen doen, zijn voor deze mensen een hindernis. Laaggeletterdheid treft alle lagen van de bevolking: jongeren, ouderen, mannen, vrouwen, allochtonen en autochtonen. Toch rust er nog altijd een taboe op. Met deze unieke actie vragen de redacties van Metro, De Pers, Trouw, Sp!ts en de Volkskrant aandacht van hun lezers voor het belang van lezen en schrijven. De Week van de Alfabetisering start vandaag en duurt tot en met zondag 12 september.
|
 |
Diverse acties in Week van de Alfabetisering 6 september – Vandaag, de eerste dag van de Week van de Alfabetisering 2010, start de nieuwe mediacampagne van Stichting Lezen & Schrijven. Via televisiecommercials, later in het jaar ondersteund door posteracties, roept de stichting mensen met lees- en schrijfproblemen op om hun lees- en schrijfvaardigheden te verbeteren. Beter (leren) lezen of schrijven kan via een cursus in de buurt of door te oefenen met gratis werkboeken van de multimediaproductie Lees en Schrijf!. Beiden aan te vragen via het gratis landelijke telefoonnummer 0800 023 4444.
In de twee televisiecommercials staan een moeder en een werknemer centraal die vertellen hoe zij in het dagelijks leven omgaan met hun lees- en schrijfproblemen. Ook laten de commercials zien hoe belangrijk het is om hier met mensen in hun directe omgeving over te praten. Met de campagne hoopt Stichting Lezen & Schrijven meer mensen te stimuleren om hun lees- en schrijfvaardigheden te verbeteren. Dit doet zij door duidelijk te maken dat ieder mens door (beter) te leren lezen en schrijven die dingen kan bereiken die voor hem of haar echt belangrijk zijn. Denk aan promotie maken op je werk, en je kinderen kunnen voorlezen of helpen met huiswerk.
Voor de ontwikkeling van de campagne ontving de stichting een subsidie van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in het kader van het Aanvalsplan Laaggeletterdheid. De commercials zijn vanaf maandag 6 september 2010 op de landelijke televisie te zien en te bekijken via de website van de stichting www.lezenenschrijven.nl.
Opening Amsterdamse beurs Ter gelegenheid van Wereldalfabetiseringsdag 2010 opent Alexander Rinnooy Kan, voorzitter van de Raad van Toezicht van Stichting Lezen & Schrijven, samen met Margreet de Vries, directeur Stichting Lezen & Schrijven, op woensdag 8 september de Amsterdamse beurs met de traditionele gongslag.
In 1966 riep UNESCO 8 september uit tot de dag waarop er wereldwijd aandacht moet worden besteed aan het belang van taal, lezen en schrijven. Wereldwijd zijn ruim 750 miljoen mensen laaggeletterd. In Nederland hebben 1,5 miljoen volwassenen zoveel moeite met lezen, schrijven en rekenen dat zij niet volwaardig mee kunnen doen in de samenleving. Daarnaast kampen veel kinderen met taalachterstanden.
De Week van de Alfabetisering vindt traditioneel plaats in de week rondom Wereldalfabetiseringsdag. In de Week van de Alfabetisering vinden tal van landelijke, regionale en lokale activiteiten plaats om iedereen in Nederland bewust te maken van de noodzaak van de basisvaardigheden lezen, schrijven en rekenen en iedereen op te roepen om in zijn of haar omgeving laaggeletterdheid structureel aan te pakken. Voor een compleet overzicht van alle landelijke en lokale activiteiten gaat u naar www.weekvandealfabetisering.nl/activiteiten. Links: www.weekvandealfabetisering.nl
|
 |
Bezuinigingen bedreiging voor innovatiekracht openbare bibliotheken 3 september - Het wordt steeds duidelijker dat gemeentelijke bezuinigingen niet aan de openbare bibliotheken voorbij zullen gaan. Door het tempo en de omvang waarmee bezuinigd wordt, dreigt het door gemeenten, provincies en Rijk gezamenlijk ingezette innovatietraject het slachtoffer te worden. Dit landelijk aangestuurde traject heeft onder meer als doel door middel van digitalisering lokaal tot kostenbesparingen te kunnen komen. Met een versnelde aansluiting van bibliotheken op de landelijke digitale bibliotheek en intensievere samenwerking tussen bibliotheken en de landelijke organisaties kunnen de bezuinigingen nog worden opgevangen, mits deze niet te snel komen en niet excessief zijn. Deze conclusie verbinden het Sectorinstituut Openbare Bibliotheken en de Vereniging van Openbare Bibliotheken aan het onderzoek Een krimpend perspectief. Gemeentelijke bezuinigingen op openbaar bibliotheekwerk in de periode 2010-2013, dat in opdracht van het Sectorinstituut Openbare Bibliotheken en de Vereniging van Openbare Bibliotheken is uitgevoerd door Kasperkovitz beleidsonderzoek en advies. De eindrapportage van het onderzoek is gepubliceerd op de website van het Sectorinstituut (www.siob.nl). Innovatie is nodig om de openbare bibliotheek als publieke voorziening in tijden van digitalisering met de tijd mee te laten gaan. Dat de economische recessie gevolgen gaat hebben voor de subsidieverstrekking aan openbare bibliotheken is helder. Wat zorgen baart is de sterk uiteenlopende hoogte van de kortingen, met uitschieters tot 45 procent. Hierdoor dreigen her en der in het land verzwakkingen in het stelsel te ontstaan. Vooral op plaatsen waar bovenop een gemeentelijke subsidiekorting sprake is van een krimp in de provinciale middelen komt de innovatiekracht van de sector onder druk te staan. Het is daarmee de vraag of de ambitie die de vertegenwoordigers van Rijk, provincies en gemeenten bij het ondertekenen van het Bibliotheekcharter 2010-2012 verwoordden nog wel haalbaar is (“Deze kabinetperiode werken de minister van OCW, de provincies, de gemeenten en de bibliotheeksector aan een proces van bibliotheekinnovatie. Dit proces heeft tot doel de dienstverlening van de openbare bibliotheken beter te laten aansluiten bij maatschappelijke en technologische ontwikkelingen en bij de behoefte van de burger”). Op meerdere plaatsen in het land nopen de (aangekondigde) bezuinigingen tot het maken van scherpe keuzes. Het onderzoek maakt duidelijk dat die keuzes in uiteenlopende richtingen (beperken openingstijden, verkleinen collectie, sluiten van wijkvestigingen, beperken dienstverlening aan scholen) gaan. Hierdoor dreigen grote verschillen te ontstaan in het brede en uniforme aanbod dat bibliotheken beschikbaar willen stellen. Bibliotheekdirecties geven aan graag samen met elkaar en de landelijke organisaties op te trekken. Het Sectorinstituut Openbare Bibliotheken en de Vereniging van Openbare Bibliotheken zullen zich inspannen om samen met Bibliotheek.nl de sector hierbij ondersteuning te bieden.
|
 |
Nieuwe organisatiestructuur KB 2 september - De Koninklijke Bibliotheek heeft sinds begin deze maand een nieuwe organisatiestructuur. Deze nieuwe structuur is nodig om de ambities van het Beleidsplan 2010-2013 te kunnen verwezenlijken. De KB kent nu vier sectoren: Marketing & Diensten, Productie & Beheer, Innovatie & Ontwikkeling en Bedrijfsvoering. Gelijksoortige processen zijn zoveel mogelijk ondergebracht in één sector. Digitale dienstverlening is namelijk nu de focus voor de hele organisatie, die de komende vier jaar intensief werkt aan het realiseren van een digitale bibliotheek. Het streven is dat iedereen toegang heeft tot alle in Nederland uitgegeven digitale en papieren publicaties. De leidinggevenden per sector, die samen met algemeen directeur Bas Savenije het directieteam van de KB vormen zijn: Irmgard Bomers, Marketing & Diensten, Matthijs van Otegem, Productie & Beheer, Hans Jansen, Innovatie & Ontwikkeling, tevens plaatsvervangend Algemeen directeur, Els van Eijck van Heslinga, Bedrijfsvoering (waarnemend). Zie voor meer informatie: www.kb.nl/red/organogram/organogram.html.
|
 |
Wikiwijs online 2 september - Wikiwijs is volledig online gegaan. Dat betekent dat docenten van basis- tot universitair onderwijs zelf hun lesmateriaal kunnen samenstellen. Wikiwijs.nl geeft inmiddels toegang tot bijna een miljoen items, meestal beknopte modules of oefeningen, maar soms ook al volledige lesmethoden en leerlijnen. Wikiwijs is een wikipedia-achtige webtoepassing waarbij een aantal docenten zelf origineel lesmateriaal ontwikkelen en andere docenten het materiaal aanvullen en corrigeren. Zo delen zij hun expertise en inzichten. Het geeft leraren nieuwe mogelijkheden om meer met de inhoud van hun vak bezig te zijn en mee te denken over de vormgeving van de lessen. ‘Door wikiwijs kunnen docenten zelf hun lesinhoud bepalen. Het vergroot de kwaliteit van het onderwijs doordat docenten hun kennis delen en aanscherpen. Internationaal is er veel belangstelling voor deze werkwijze. Dat laat zien dat we goed op weg zijn,’ aldus staatssecretaris Marja van Bijsterveldt. Bron: ministerie van OCW
|
 |
Universiteiten ‘a-social’ 1 september - Nederlandse universiteiten doen te weinig met social media. Dat blijkt uit onderzoek van Clipit onder alle Nederlandse universiteiten. Hoewel universitaire onderzoeken vaak op veel plaatsen gepubliceerd worden, worden social media vaak overgeslagen, terwijl (aankomend) studenten zich wel op social networks bevinden. Op nummer 1 in zowel de Online als Social Media Monitoring Buzz Top 5 staat de Universiteit van Amsterdam. Op nieuwssites komt de Vrije Universiteit Amsterdam het meest naar voren. Nederlandse universiteiten doen er veel aan onderzoeken te publiceren in online nieuwsbanken en -sites. Uit het Clipit-onderzoek blijkt dat de meeste buzz rondom universiteiten op nieuwssites veroorzaakt wordt door dit soort berichten. Universiteiten laten social media echter bijna volledig links liggen. Op Twitter- Facebook- of Hyvesaccounts wordt door universiteiten in het beste geval een bericht met een link naar het onderzoek geplaatst. Studenten worden maar weinig betrokken, waardoor buzz op social networks achterblijft op de scores die universiteiten behalen op nieuwssites. Met bijna 7000 gevonden berichten in de meetperiode, staat de Universiteit van Amsterdam op 1 in de Online Media Monitoring Buzz Top 5. Ook wat betreft social media en specifiek op nieuwssites is deze universiteit het grootst. Dit is te verklaren door het grote aantal onderzoeken dat de universiteit publiceert. Tevens worden hoogleraren en andere vertegenwoordigers door media vaak als expert gevraagd bij allerlei kwesties. De Technische Universiteit Delft staat op de tweede plaats in de Social Media Monitoring Buzz Top 5, veroorzaakt door de schade die een vluchtende verdachte toebracht aan de solarboot van de universiteit. De gebeurtenis zorgde naast veel verontwaardigde reacties op Twitter, Hyves en Facebook ook voor een stroom aan berichten op nieuwssites.
|
 |
Zestig reacties op internetconsultatie ACTA 26 augustus - De ministeries van Economische Zaken, Financiën, Justitie en Ontwikkelingssamenwerking hebben sinds 21 juni 2010 zestig reacties ontvangen op de onderhandelingstekst van de Anti-Counterfeiting Trade Agreement (ACTA). Door middel van de internetconsultatie hebben de ministeries belanghebbenden over ACTA geïnformeerd en hen in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op het in april 2010 op het internet gepubliceerde conceptverdrag. Met de consultatie wil de minister van Economische Zaken een bijdrage leveren aan de transparantie van het ACTA-proces. Dat zorgt voor draagvlak en maakt inzichtelijk waar alle betrokken voor staan en wat hun doel is, met als uiteindelijk doel een succesvol akkoord. Nederland maakt zich al lange tijd hard voor een transparanter proces.
Economische schade voorkomen ACTA is gericht op het maken van betere internationale afspraken om schade door namaak en piraterij te voorkomen. Het gaat om een fenomeen van internationale omvang met ernstige gevolgen waar veel ondernemers de dupe van zijn omdat hun producten worden nagemaakt en zij hun kosten voor bijvoorbeeld innovatie zo niet kunnen terugverdienen. De OESO berekende zelfs dat in de internationale handel in namaakproducten 150 miljard euro omgaat. De waarde van de totale handel en smokkel van gekopieerde producten was vermoedelijk honderden miljarden hoger volgens de OESO. Ook uit het oogpunt van de consumentenbescherming, de volksgezondheid en de openbare veiligheid dienen deze praktijken effectief bestreden te worden. Denk bijvoorbeeld aan namaakinjectienaalden en grootschalige namaak van door Nederlandse bedrijven ontworpen producten.
Veel misverstanden en wens tot meer openheid Uit de consultatie blijkt dat er veel misverstanden bestaan rond illegaal downloaden en internet. De bestaande EU-afspraken zijn echter het uitgangspunt bij de onderhandelingen. In die zin zal ACTA naar verwachting niets wijzigen. Nederland is ook niet voornemens om verplichtingen voor internetproviders ten aanzien van de inhoud van documenten in te voeren. Ook is Nederland niet voornemens om een three strikes out beleid in te voeren, zoals bijvoorbeeld in Frankrijk. Dit blijft ook na ACTA aan de EU-lidstaten zelf.
Een aantal landen, waaronder Nederland, ervaart het gebrek aan transparantie rondom de onderhandeling als een groot probleem. Ook veel reacties bij de consultatie zijn hierop gericht. De minister van Economische Zaken heeft zich ook diverse malen uitdrukkelijk uitgelaten dat het ACTA-proces transparanter moet. Nederland blijft zich hier sterk voor maken in ACTA-verband. Als het aan Nederland ligt worden de teksten na afloop van elke onderhandelingsrondes weer openbaar gemaakt. De onderhandelende partijen zijn overeengekomen voor ondertekening de volledige tekst van ACTA openbaar te maken.
Onderhandelingen Van 16 tot en met 20 augustus 2010 heeft in Washington de tiende onderhandelingsronde van ACTA plaatsgevonden. De ACTA-deelnemers hebben daar onder meer gesproken met vertegenwoordiger van NGO’s en bedrijfsleven. Na afloop hebben de ACTA-deelnemers nogmaals verklaard dat ACTA niet bedoeld is om nieuwe intellectuele eigendomsrechten in het leven te roepen of om de omvang van bestaande intellectuele eigendomsrechten te wijzigen. De volgende onderhandelingsronde vindt plaats in september 2010.
|
 |
Google in Nederland bijna als enige zoekmachine gebruikt 25 augustus - Uptrends.com meldde dat 95,61 procent van alle zoekopdrachten in Nederland via Google gaat. In een onderzoek van Uptrends.com blijkt dat de zoekmachine Google nog steeds oppermachtig is wat betreft het aantal zoekopdrachten in Nederland. Google stuurt van alle zoekmachines de meeste bezoekers naar websites. Van alle door Uptrends geregistreerde bezoeken via Google aan Nederlandse websites kwam bijna 64 procent via Google.nl, 15,29 procent via Google.com en 5,37 procent via Google.be. De overige bezoeken via Google kwamen via andere landensites van Google. Met afstand volgt de tweede zoekmachine van Nederland - namelijk Bing - met een marktaandeel van 2,67 procent. Daarna wordt Ask Jeeves gebruikt met 0,89 procent marktaandeel. Yahoo volgt met slechts 0,43 procent marktaandeel.
|
 |
Spraakherkenning bij landelijk politienummer 0900 8844 24 augustus - Newtel Essence heeft in samenwerking met Telecats een spraakherkenningssysteem ingevoerd bij het callcenter 0900-8844 van het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD) in Driebergen. Het systeem zorgt ervoor dat een mobiele beller door middel van een spraakcomputer direct wordt doorverbonden met het politiebureau waarmee hij contact zoekt. Wordt de door de mobiele beller ingesproken plaatsnaam door de software niet herkend, dan zorgt een medewerker van het KLPD in Driebergen alsnog voor een verbinding met de gevraagde regio. De spraakherkenningsoplossing betekent voor de burger dat deze sneller met het juiste politiebureau wordt doorverbonden. Voor de Nederlandse politie levert deze service een operationele besparing op van acht ton op jaarbasis.
Tot 2010 kwamen alle mobiele telefoontjes voor het Landelijk Telefoonnummer Politie eerst binnen bij het KLPD omdat het niet mogelijk was om op basis van kengetal informatie de telefoontjes automatisch door te routeren naar de juiste regio, Gezien het beperkte aantal mobiele bellers was dat geen probleem maar dat aantal is inmiddels flink toegenomen. In 2009 kwamen ruim 2,4 miljoen mobiele meldingen bij het KLPD binnen met lange wachtrijen tot gevolg en oplopende telefoniekosten voor het callcenter van het KLPD.
Oplossing De voorziening tot samenwerking Politie Nederland (vtsPN), de ICT-leverancier van de politie, is in opdracht van de politie op zoek gegaan naar een oplossing en heeft begin dit jaar gekozen voor de invoering van een spraakherkenningssysteem; een gecombineerde oplossing van Telecats en Newtel Essence waarbij Newtel Essence het 0900 servicenummer heeft geleverd en zorg draagt voor de juiste routering van mobiel naar regio. Telecats heeft de spraakherkenningsoftware en consultancy voor haar rekening genomen.
|
 |
Softwaresector koploper Nederlandse kenniseconomie
23 augustus - De Nederlandse softwaresector draagt jaarlijks voor 17,3 miljard euro bij aan de Nederlandse economie en behoort daarmee tot de koplopers van innovatieve bedrijvigheid van onze kenniseconomie. Dit is één van de conclusies uit het rapport 'De softwaresector in Nederland' van onderzoeksbureau Dialogic, dat heeft uitgezocht hoe belangrijk softwareproductie en de dienstverlening op software voor de Nederlandse economie is. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van ICT~Office, de brancheorganisatie voor IT, Telecom, Internet- en Officebedrijven.
Grote rol voor Nederlandse bedrijven Het overgrote deel van de softwareontwikkelende bedrijven en dienstverleners rond software bestaat uit kleinschalige, Nederlandse bedrijven. MKB-bedrijven vormen het hart van deze sector. Uit het rapport blijkt dat de softwaresector zorgt voor 192.000 arbeidsplaatsen, waarvan 68.000 in de softwareontwikkeling en 14.000 in Research & Development. Ook laat het zien dat offshoring in de Nederlandse softwareontwikkeling nauwelijks een rol speelt. Tegelijkertijd exporteren Nederlandse softwarebedrijven wel voor 1,9 miljard euro naar het buitenland, vooral naar West-Europese landen.
Kansen benutten ICT~Office wil graag met het nieuwe kabinet bespreken hoe de potentie van de softwaresector nog beter kan worden benut en hoe de sector kan worden versterkt. Sylvia Roelofs, algemeen directeur ICT~Office: "We hebben in Nederland nog volop kansen om softwarebedrijven te laten uitgroeien tot motor van de economie. Die kansen mogen we niet onbenut laten. Het is belangrijk dat er in Nederland een economische omgeving bestaat waarin innovatieve softwarebedrijven kunnen ontstaan en groeien." De brancheorganisatie wijst erop dat de softwaresector nog vrij jong is en in 25 jaar tijd is uitgegroeid tot een belangrijke economische sector. "De overheid kan als klant die ontwikkeling bevorderen door ook oog te hebben voor de producten van kleine innovatieve softwarebedrijven, als koper bij aanbestedingen. Als beleidmaker kan de overheid de ontwikkeling van de softwaresector bevorderen door samen met de sector standaarden te ontwikkelen", aldus Roelofs.
Nader onderzoek nodig Uit het rapport blijkt dat de softwaresector een toegevoegde waarde heeft van 17,3 miljard euro (dat is 2,8 procent van de economie, BNP). De softwaresector staat daarmee boven sectoren als chemie, pensioenen & verzekeringen en food & flowers. In werkelijkheid wordt er in Nederland, zo stelt het rapport van Dialogic, nog veel meer in software omgezet. Dat gebeurt door bedrijven die formeel buiten de definitie van de softwaresector vallen zoals die door het CBS wordt gehanteerd. Als die worden meegeteld loopt de bijdrage aan de Nederlandse economie op naar 24,3 miljard euro, dat is 3,9 procent van het BNP. ICT~Office vindt verder onderzoek naar de toegevoegde waarde van software in Nederland een noodzakelijke volgende stap.
Innovatie Een kwart van de bedrijven in de softwaresector gebruikt eindproducten die gedeeltelijk of volledig open source zijn. De Nederlandse softwaresector ontleent zijn kracht aan de optelsom van open source en closed source softwareproducten en -diensten. Vooral de combinatie van beide leidt tot nieuwe producten, waarvan de investering moet kunnen worden terugverdiend met een passend businessmodel. Maar liefst 23 procent van de omzet komt uit nieuwe of verbeterde producten. Het gemiddelde in andere sectoren ligt op slechts 10 procent. Dat maakt de Nederlandse softwaresector tot een zeer innovatieve sector.
Klik hier voor het volledige rapport "De softwaresector in Nederland" van Dialogic.
|
 |
Patroonherkenning 20 augustus - “Als ik het eerder had zien aankomen, had ik eerder maatregelen kunnen nemen”, dat zullen veel ondernemers hebben gedacht toen duidelijk werd hoe ernstig de recessie zou worden. Volgens Gartner hadden ze het eerder kunnen zien aankomen, als ze een op patroonherkenning gebaseerd strategisch model hadden toegepast. Lees verder
|
 |
Intel neemt McAfee over
19 augustus - Intel koopt alle McAfee-aandelen voor $48 per aandeel in contanten, voor een totaalbedrag van ongeveer $7,68 miljard. McAfee zal opereren als een volle dochteronderneming van Intel en deel gaan uitmaken van Intels Software and Services Group.
|
 |
Gemeenten ongewild vast aan externe IT-consultants 19 augustus – Meer dan de helft (57 procent) van de Europese gemeenten wil niet afhankelijk zijn van externe consultants bij het doorvoeren van veranderingen aan het eigen ERP-systeem. Slechts 9 procent voert wijzigingen aan IT-systemen daadwerkelijk zelf door. Dat blijkt uit onderzoek van bedrijfssoftwareleverancier UNIT4 onder 240 Europese gemeenten. Bijna tweederde (64 procent) van de respondenten geeft aan dat ICT-veranderingen worden tegengehouden door complexiteit van de systemen, gevolgd door kosten (56 procent) en verstoring van het werkproces (43 procent). 91 procent is dus afhankelijk van externe consultants voor het actueel houden van zijn ERP-systeem. IT- en financieel managers uit Nederland, België, het Verenigd Koninkrijk, Noorwegen en Zweden zijn ondervraagd over hun backofficesystemen. Meer dan de helft van de onderzochte gemeenten heeft, naast een financieel systeem, vijf of meer verschillende leveranciers voor hun backoffice, variërend van document management (aanwezig in 84 procent van de gevallen), HR- (72 procent), payroll- (70 procent), bevoorrading- (23 procent) en planningsystemen (26 procent). Deze systemen moeten regelmatig worden aangepast aan veranderende interne en externe factoren. Zes op de tien gemeenten gaven aan dat ze regelmatig wijzigingen aan de systemen moeten doorvoeren als reactie op veranderende wet- en regelgeving. In 37 procent van de gevallen worden veranderingen veroorzaakt door procedurele wijzigingen. Uit een vergelijkend onderzoek van CFO Research Services eerder dit jaar bleek dat gebruikers van Agresso Business World, de ERP-oplossing van UNIT4, gemiddeld slechts de helft of zelfs minder van de tijd besteden aan het doorvoeren van wijzigingen aan het systeem, in vergelijking met andere systemen. Website: www.unit4.nl
Volg UNIT4 op twitter: www.twitter.com/UNIT4_NL
|
 |
Gametrends doen het goed in Duitsland 18 augustus – De gamingindustrie in Duitsland blijft stabiel in 2010 en evenaart bijna de omzetcijfers van 2009 na het recordjaar 2008. Met meer dan 21 miljoen gamers en 62 miljoen internetgebruikers, blijft de Duitse markt de grootste en meest aantrekkelijke markt in Europa. Ontwikkelingen op het gebied van online gaming, in het bijzonder de toenemende populariteit van ‘social gaming’ op sociale netwerksites zoals Facebook, en ook recente demografische ontwikkelingen, duiden op een industriebrede verschuiving. Verschillende internationale gameontwikkelaars en -uitgevers zijn al in Duitsland actief. Gamingdeskundigen van Germany Trade & Invest zullen dit jaar aanwezig zijn bij de gamesbeurs Gamescom die van 18 tot en met 22 augustus in Keulen gehouden wordt. Zij zullen daar spreken over markt- en investeringskansen in de Duitse gamingindustrie.
In de afgelopen vijf jaar heeft de Duitse gamingindustrie, die bestaat uit PC, console, online en mobiel gaming, een aantal belangrijke ontwikkelingen voortgebracht. De gamingindustrie wist in 2008 een recordomzet te behalen van 2,7 miljard euro, met in de afgelopen jaren groeicijfers tot maar liefst 47 procent in bepaalde sectoren. De industrie zag in 2009 tijdens de wereldwijde economische achteruitgang een lichte omzetdaling tot 2,4 miljard euro, hoewel sommige sectoren, vooral online gaming, buitengewoon populair bleven. De toenemende populariteit van gaming via sociale netwerksites zal in de komende jaren zorgen voor een aanzienlijk groeipotentieel en voor een vernieuwingsimpuls.
Recente demografische ontwikkelingen in de industrie zorgen ook voor nieuw marktpotentieel. Vier op de vijf tieners zijn gamers, maar deze traditionele doelgroep is niet de enige die elektronische spelletjes speelt. Volgens een recent rapport van Bitkom, speelt bijna een derde van de 40- tot 49-jarigen video- of computerspelletjes. De meest aantrekkelijke games in Duitsland zijn elektronische puzzels en strategie- en managementgames.
Verschillende internationale gamingbedrijven hebben zich al in Duitsland gevestigd, met nevenvestigingen en dochterondernemingen in het hele land verspreid. Een groot aantal hiervan hebben hun hoofdkantoor in de VS, zoals EA Phenomics in Ingelheim, een dochteronderneming van Electronic Art. Aziatische bedrijven zijn ook sterk aanwezig op de Duitse markt. De Japanse spelontwikkelaar Konami Digital Entertainment heeft bijvoorbeeld een nevenvestiging in Frankfurt. Omdat de Duitse markt niet wordt gedomineerd door grote bedrijven met aanzienlijke marktaandelen, blijven de omstandigheden voor nieuwe ontwikkelaars en uitgevers voor markttoetreding heel gunstig. De Duitse gamingindustrie bestaat voornamelijk uit kleine en middelgrote bedrijven. Van de tweehonderd spelontwikkelstudio’s in Duitsland, zijn er maar 25 die meer dan vijftig medewerkers hebben.
Met ongeveer 62 miljoen internetgebruikers, heeft Duitsland de grootste online markt in Europa en biedt daarom aanzienlijke kansen voor bedrijven in de online gamingsector. Dankzij Duitsland's geografische positie in het centrum van Europa, de uitstekende infrastructuur, en het ultramoderne breedbandnetwerk, kunnen bedrijven hun Europese activiteiten perfect daarvandaan uitvoeren. De beschikbaarheid van hooggeschoolde werknemers is nog een strategisch voordeel voor de innovatiegevoelige gamingindustrie. Duitse universiteiten, technische hogescholen en het duale onderwijssysteem in het land zorgen voor een hoge kwaliteit van onderwijs en voorzien bedrijven van gekwalificeerde en gemotiveerde werknemers tegen competitieve kosten. Tegenwoordig bieden verschillende hogeronderwijsinstellingen, zoals de Games Academy in Frankfurt en Berlijn of de Universiteit Toegepaste Wetenschappen in Hamburg, studierichtingen aan die gerelateerd zijn aan de gamingindustrie.
Dit jaar vindt in Keulen de gamesbeurs Gamescom plaats van 18 tot en met 22 augustus. Germany Trade & Invest zal hier aanwezig zijn met experts op het gebied van de gamingindustrie. Zij zullen daar ingaan op de laatste ontwikkelingen en zakelijke kansen in de grootste gamingmarkt van Europa. Germany Trade & Invest is het promotiebureau van de Duitse federale overheid dat zich bezighoudt met buitenlandse handel en interne investeringen. Deze organisatie adviseert buitenlandse bedrijven die hun zakelijke activiteiten willen uitbreiden op de Duitse markt en informeert Duitse bedrijven die buitenlandse markten willen betreden over buitenlandse handel.
|
 |
Boek lezen leuker dan seks
17 augustus - Nederlanders lezen het liefste in bed en doen dit zelfs liever dan de liefde bedrijven! Dit blijkt uit onderzoek door Boekkado.nl. Het hebben van seks (11%) scoort een stuk minder hoog dan een goed boek lezen (22%) als meest favoriete bedactiviteit. Slapen spant (63%) echter nog altijd de kroon als lievelingsbezigheid in bed. Boekkado.nl deed onderzoek naar leesgedrag onder 1238 respondenten. Met 44% is het bed de favoriete plaats om een boek te lezen. De bank staat met 41% op de tweede plaats. Ook op de WC, in bad, op het strand en het openbaar vervoer wordt gelezen, maar deze plekken zijn met gemiddeld 2,5% aanzienlijk minder populair.
Favoriete leesvoer Het boek wint het als favoriete leesvoer (68%). 29% van de respondenten leest het liefst een tijdschrift. 20 % geeft de voorkeur aan de krant, 14% duikt het liefst in de reclamefolders en 2% geeft aan het liefst iets anders te lezen.
Lezen tussen de weeën door Op de vraag wat de meest bijzondere locatie was waar men ooit gelezen heeft, ontving Boekkado.nl buitengewone antwoorden. Zo zijn er mensen die op het kraambed tussen de weeën door, op de rug van een kameel, in de baas z'n tijd of zelfs onder de douche verder lazen, omdat een boek te meeslepend was om weg te leggen!
|
 |
Mobiel dataverkeer groeit tien keer zo snel als spraak 13 augustus - Uit cijfers van Ericsson blijkt dat het wereldwijde mobiele dataverkeer in een jaar bijna is verdriedubbeld. Vanaf het tweede kwartaal van dit jaar bedraagt het mobiele dataverkeer bijna 225.000 terabyte per maand. Hiermee groeit dataverkeer meer dan tien keer zo snel als spraakverkeer. Bij slechts 10 procent van de mobiele abonnementen wordt op dit moment gebruik gemaakt van mobiel breedband. Toch is deze 10 procent verantwoordelijk voor een explosieve groei van het dataverkeer. In december 2009 werd voor het eerst het historische punt bereikt waarbij dataverkeer het spraakverkeer overschreed. "De groei en voordelen van mobiel breedband zijn onmiskenbaar," zegt Håkan Eriksson, Chief Technology Officer & President van Ericsson Silicon Valley. "Door superieure dienstverlening wordt het businessmodel voor mobiel breedband steeds winstgevender en competitiever. De focus van operators op end-to-end geconvergeerde IP-netwerken is essentieel om tegemoet te komen aan de explosieve datagroei. Tegelijkertijd kunnen zij hun kosten verlagen en de gebruikservaring verbeteren. Voor consumenten verandert mobiel breedband de manier waarop we communiceren en ons als maatschappij verder ontwikkelen." Ericsson kondigde recent aan dat het tot dusver al 2 miljoen base stations leverde (de wereldwijde installed base is vijf miljoen). Hiermee zet het bedrijf zijn leiderschap op het gebied van mobiel breedband voort. Ericsson leverde daarnaast de meerderheid van HSPA-netwerken met snelheden van 14.4 Mbps en hoger en is de enige partij die betrokken is bij de grote 4G/LTE-implementaties. Op dit moment zijn er wereldwijd meer dan vijf miljard mobiele abonnementen afgesloten. Ericsson verwacht dat er in 2020 vijftig miljard mobiele apparaten zijn die verbonden zijn met het internet.
|
 |
SaaS wint terrein 12 augustus - Van alle Nederlandse vestigingen met minimaal tien werknemers besteedt 16 procent een deel van de ICT-taken uit in de vorm van een SaaS-oplossing (APS). Circa 15.150 vestigingen maken voor één of meerdere bedrijfsapplicaties gebruik van een SaaS-oplossing. Het gebruik van SaaS-toepassingen is met name binnen vestigingen met minimaal vijftig medewerkers doorgedrongen. Dit blijkt uit de SaaS Monitor, een grootschalig jaarlijks onderzoek onder achthonderd Nederlandse bedrijven van Heliview Research. Bij organisaties met meerdere vestigingen in Nederland is vaker sprake van een SaaS-oplossing (20 procent) dan bij organisaties met slechts één Nederlandse vestiging (13 procent). Hetzelfde geldt voor organisaties met vestigingen in het buitenland (19 procent) ten opzichte van organisaties die uitsluitend in Nederland actief zijn (15 procent). De gedachte hierachter is dat vestigingen van dezelfde organisatie online gebruikmaken van dezelfde applicaties. Ook de omvang van de organisaties hangt hiermee samen. Binnen 72 procent van de vestigingen is sprake van het gebruik van een thuiswerkoplossing waarbij één of meerdere medewerkers via internet toegang hebben tot bedrijfsapplicaties. Binnen de zorgsector (76 procent), de zakelijke dienstverlening (75 procent) en de industriële- en nutssector (75 procent) is beduidend vaker sprake van het gebruik van thuiswerkoplossingen dan bij vestigingen in met name de transportsector (57 procent), de handel (66 procent) en de bouw (69 procent). Aan de respondenten is tevens gevraagd welke bedrijfsapplicaties aan de thuiswerkers beschikbaar worden gesteld. Bij circa 61 procent van de vestigingen met telewerkers zijn alle bedrijfsapplicaties voor hen beschikbaar. Steeds meer applicaties worden geïnstalleerd op één of meerdere centraal opgestelde servers binnen de vestiging of op het hoofdkantoor. Alleen de Office-applicatie draait vaak rechtstreeks via de computer van de werknemer (63 procent). Met name systemen voor salarisverwerking (18 procent), Content Management Systemen (17 procent) en HRM pakketten (17 procent) draaien relatief vaak extern via een SaaS constructie. Binnen circa 76 procent van de vestigingen met server based applicaties wordt gebruikgemaakt van toepassingen van Microsoft voor het centraal toegankelijk maken van bedrijfsapplicaties voor eindgebruikersystemen. Citrix wordt binnen 13 procent van de vestigingen gebruikt. Hoe groter de vestigingen worden, hoe vaker Citrix als platform wordt toegepast. Ondernemingen zijn in toenemende mate afhankelijk van een groot aantal applicaties. Mede vanwege de complexiteit ervan kiezen steeds meer ondernemingen ervoor om het onderhoud en het beheer van applicaties uit te besteden. Circa 65 procent van de vestigingen heeft het onderhoud van de bedrijfsapplicaties (deels) uitbesteed aan een externe dienstverlener. In totaal gaat het om circa 61.500 vestigingen.
|
 |
Versterking kenniseconomie vraagt scherpere keuzes 11 augustus − Nederland moet scherper kiezen voor onderzoek op wetenschappelijk, economisch en maatschappelijk relevante gebieden (focus) en zorgen dat dit onderzoek ook voldoende schaal heeft dat het er toe doet (massa). Dat vergt naast heldere keuzes voor een lange periode veel meer samenhang in financieringsstromen. Dat stellen VSNU, VNO-NCW, NWO, KNAW, TNO en MKB Nederland in een recent gepubliceerd manifest. De partners bepleiten een nationale, langjarige strategische onderzoeksagenda; de instelling van een kennis- en innovatieraad (die zwaarwegende adviezen uitbrengt aan het kabinet); en een stevige bundeling en sterke vereenvoudiging van financieringstromen en arrangementen. Op die manier kunnen bedrijven en onderzoeksinstellingen strategische keuzes maken, en kan Nederland zijn kenniseconomie effectief versterken. Dat is volgens de partners een absolute voorwaarde om te gaan behoren tot de internationale top vijf van kenniseconomieën.
|
 |
Chinese consument koopt massaal online 11 augustus − Het aantal internetgebruikers in China heeft een explosieve groei doorgemaakt in het afgelopen decennium. In 2009 telde het land 384 miljoen gebruikers, terwijl dat in 2000 nog maar 23 miljoen waren. Chinese consumenten gebruiken steeds vaker online kanalen om producten te kopen. Het aantal online winkeltransacties is gegroeid met een gemiddeld jaarlijks percentage van over de 100 procent in de afgelopen jaren. Terwijl e-commerce in China vergeleken met online winkelen in de Verenigde Staten (VS) nog steeds laag is in absolute getallen, groeit de internethandel in China wel vijf keer sneller dan in de VS. Bovendien wordt verwacht dat deze sterke groei zal doorzetten, voornamelijk omdat online betalingssystemen en veiligheid ook in China blijven verbeteren.
Ideale markt Met de grootste populatie in de wereld lijkt China de ideale markt om in te investeren. Om gericht op deze markt te kunnen inspelen, doet Roland Berger Strategy Consultants jaarlijks onderzoek naar de Chinese consument. Naast toegenomen merkbewustzijn, heeft de Chinees online shoppen volledig ontdekt. Daarnaast wordt het internet steeds intensiever gebruikt om producten te bekijken en beoordelen. Bedrijven moeten juist op deze trend inspelen, aldus het strategisch adviesbureau.
Individuele benadering “De Chinese markt benaderen als een homogene massamarkt is verleden tijd”, zegt Alexander Belderok, partner bij Roland Berger Nederland. Vorig jaar bleek al dat de Chinese consument steeds meer om een individuele benadering vroeg. Deze trend lijkt zich voort te zetten. Consumenten worden steeds diverser door hun verschillen in waarden. De jongere generatie en de mensen in de middenklasse zijn vaak op zoek naar merken die geassocieerd worden met plezier en spanning als ze op zoek zijn naar bepaalde consumptiegoederen. Prijs was ooit een bepalende factor om iets al dan niet te kopen. Nu is dit slechts één van factoren naast merknaam, kwaliteit en persoonlijke stijl.
Internet Word Of Mouth Naast online aankopen, groeit het aantal online gesprekken en discussies door gebruikers ook hard. Dit wordt ook wel Internet Word of Mouth (IWOM) genoemd en is vooral in China heel sterk. Ongeveer de helft (56,3 procent) van de consumenten geeft aan voor het eerst over een merk te horen via IWOM en 58,7 procent besluit iets te kopen door IWOM. “Het is dus van belang dat bedrijven gaan inspelen op Chinese consument die zich online bevindt. Zeker als het gaat om IWOM, omdat dit je merk kan maken maar ook breken. Door bij te houden wat de voorkeuren van de gebruikers en op de juiste manier deel te nemen aan discussies kunnen bedrijven de consument direct bereiken en je merkimago blijven verbeteren”, legt Belderok uit.
Persoonlijke stijl en mode belangrijker Chinese consumenten plaatsen steeds meer nadruk op persoonlijke stijl zowel door naar de laatste mode te kijken, als door het groeiende individualisme. Meer consumenten blijven up-to-date over trends en grofweg de helft vindt de stijl van het product belangrijker dan de functie. Volgens het onderzoek koopt meer dan een kwart van de ondervraagde consumenten nieuwe telefoons alleen maar omat ze het gevoel hebben dat hun huidige telefoon niet meer in de mode is. Met een gemiddelde van één telefoon per anderhalf jaar, is de verkoop van mobiele telefoons in China nu op gelijke voet met volwassen markten zoals in West-Europa.
Over het onderzoek In navolging van de Chinese Consumer Report 2009 heeft Roland Berger ook in 2010 in twee maanden tijd 12.000 Chinese consumenten uit 64 steden, in de leeftijden van 18 tot 64 geïnterviewd. Consumenten werden zowel gevraagd naar merkperceptie en differentiatie, consumptiegedrag, aankooppatronen en levenswijze. Deze methode is in lijn met de methodologie van de Roland Berger Profiler, internationaal ontwikkeld en gebruikt door Roland Berger Strategy Consultants. Het onderzoek is aangevuld met data van CIC, China's marktleider op het gebied van Internet Word of Mouth-onderzoek.
Roland Berger Strategy Consultants Roland Berger Strategy Consultants is een internationaal strategisch adviesbureau, met ruim 2.100 medewerkers in 36 kantoren, verspreid over 25 landen in de wereld. In Europa behoort de firma tot de top drie van strategieadviseurs en wereldwijd tot de top vijf. Roland Berger werd in 1967 in München opgericht en in 2002 opende zij haar Nederlandse kantoor. Sinds deze oprichting groeide de Nederlandse vestiging naar meer dan zeventig medewerkers actief in de Nederlandse markt. Zie ook www.rolandberger.nl.
|
 |
Module voor sneller eDiscovery-proces 10 augustus - Autonomy, leverancier van infrastructuursoftware, introduceert Autonomy Meaning Based Coding. Deze nieuwe module is ontworpen om drastisch tijd en kosten te besparen die gepaard gaan met eDiscovery en het reviewen van documenten. Autonomy Meaning Based Coding gebruikt de gepatenteerde conceptgebaseerde patroonherkenningstechnologie om te analyseren en te leren hoe juridische teams documenten coderen tijdens het herzieningsproces en om de beslissingen die daarbij gemaakt worden te leren begrijpen. Met dit inzicht kan Meaning Based Coding de concepten, die juridische beoordelaars gebruiken om te zoeken, extrapoleren waardoor de overige documenten op geautomatiseerde wijze worden geanalyseerd, gecodeerd en geprioriteerd voor toetsing door het juridische team. Het documentherzieningsproces is vaak de meest kritische, tijdrovende en kostbaarste fase van het eDiscovery-proces. Om een goede verdediging te kunnen voeren is het essentieel dat documenten zorgvuldig worden getoetst op gevoelige informatie en hoe deze documenten de zaak kunnen ondersteunen. Daarnaast moeten dezelfde documenten voor de tegenoverstaande partij worden gecodeerd. Met legacy-technologie is dit vaak een risicovol proces dat een grote investering vraagt, zowel financieel als op het gebied van menselijke capaciteit.
Snelheid winnen Autonomy Meaning Based Coding is een onderdeel van Autonomy's end-to-end eDiscovery-platform dat het handmatige, tijdrovende en foutgevoelige evaluatieproces transformeert. Juridische teams kunnen daarmee tijdens de herzieningsprocedure snelheid winnen, de nauwkeurigheid verbeteren en zo de zaak winnen. Autonomy Meaning Based Coding analyseert, leert en begrijpt hoe en waarom advocaten documenten coderen op basis van inhoud. Vanaf het eerste coderingsbesluit, begrijpt de software welke informatie relevant is. Hierdoor kunnen de overige documenten automatisch worden gecodeerd met als prioriteit een herziening door het tweede echelon of kan nauwgezet worden gecodeerd met de suggestie voor een herziening van de documenten door de procureur. Voor het bepalen van de nauwkeurigheid kan de applicatie ook worden gebruikt om steekproeven te nemen van documenten die handmatige zijn herzien. Deze mogelijkheid is erg belangrijk omdat bij handmatige herzieningen van documenten inconsistenties kunnen ontstaan en het is van essentieel belang om deze risico’s zoveel mogelijk te beperken. Autonomy's Meaning Based Coding stroomlijnt het herzieningsproces door een gedegen workflow waarbij de computer door het juridische team als wezenlijk onderdeel wordt ingezet bij het nauwkeurig onderzoeken van de verzameling documenten.
Mogelijkheden - Autonomy Meaning Based Coding is voorzien van Autonomy's Intelligent Data Operating Layer (IDOL). IDOL begrijpt de betekenis en de context van informatie binnen alle vormen van gestructureerde en ongestructureerde informatie op geautomatiseerde wijze en identificeert de relevante concepten en patronen in de gegevens. - De applicatie is deel van Autonomy's end-to-end eDiscovery-platform, dat de identificatie, het behoud, de verzameling, de verwerking, de analyse, de evaluatie en de productiemogelijkheden bevat. - De applicatie verwerkt petabytes elektronisch opgeslagen informatie (ESI), in meer dan 120 talen en meer dan 1.000 bestandstypen, inclusief audio en video. Met het intuïtieve dashboard binnen Meaning Based Coding kan het herzieningsteam snel achterhalen hoe documenten moeten worden gecodeerd gebaseerd op eerdere besluiten. - Autonomy Meaning Based Coding is beschikbaar als hosted oplossing, als on-premise software of als een complete toepassing. Meer informatie is te vinden op www.autonomy.com/protect.
|
 |
Het gebruik van Social Media in bibliotheken
10 augustus - Persoonlijk gebruik van Social Media is de afgelopen jaren explosief gestegen. Op professioneel vlak worden Social Media gezien als een nieuwe manier van effectieve marketing en promotie. Deze communicatiekanalen worden dan ook steeds vaker ingezet. Ook binnen de informatiewereld wordt steeds meer belangstelling getoond. EBSCO Information Services heeft een grootschalig onderzoek gehouden onder haar contacten in Europa, waarbij de vraag ‘Hoe passen Social Media applicaties in de bibliotheekwereld?’ centraal stond. Het uiteindelijke doel van dit onderzoek was het gebruik van, en de ervaringen met, Social Media in bibliotheken te analyseren. Lees hier de resultaten
|
 |
OCLC geeft verklaring over aanklacht
6 augustus - "Op 29 juli jl. hebben SkyRiver Technology Solutions en Innovative Interfaces Inc. een aanklacht ingediend tegen OCLC op grond van vermeende antimededingingsactiviteiten. Wij van OCLC menen dat deze zaak ongegrond is en we zullen het beleid en de werkwijze van het coöperatief op volle kracht verdedigen.
OCLC's algemene juridische adviseurs zullen, in samenwerking met gespecialiseerde juristen, reageren op deze betreurenswaardige actie door SkyRiver en Innovative Interfaces, volgens de procedures en tijdschema's zoals vastgesteld door de rechtbank. Dit proces zal waarschijnlijk maanden duren of zelfs jaren - niet dagen.
In de tussentijd willen we de OCLC leden en alle 72.000 bibliotheken die een of meer OCLC diensten gebruiken, verzekeren dat deze valse beschuldigingen ons niet zullen afleiden van onze huidige plannen en activiteiten. Hiertoe behoren het onderhoud aan en verbetering van bestaande diensten, het volgen van een ambitieuze agenda in onderzoek voor en ondersteuning van bibliotheken en het introduceren van nieuwe online (cloud) diensten. Inderdaad is OCLC sinds 1971 wereldwijd leider in het leveren van bibliothekendiensten in de cloud en de volgende generatie van deze diensten belooft veel als het gaat om verminderen van de kosten voor lid-bibliotheken.
Vermeldenswaard is dat onze huidige strategie stoelt op de gezamenlijke inspanning van bibliothecarissen overal ter wereld, ontwikkeld dankzij voortdurende dialoog en overleg tussen de Board of Trustees, de Global Council en Regionale Councils in Amerika, Azië-Pacific en Europa, Midden-Oosten & Afrika. We zullen onze actieve betrokkenheid bij de OCLC leden en bestuursdeelnemers voortzetten wanneer we gezamenlijk met ons coöperatief de toekomst in gaan.
Inclusie, wederkerigheid, vertrouwen en de hoogste ethische normen hebben in het verleden geleid tot het OCLC samenwerkingsverband en zullen ons begeleiden in de toekomst. Zoals altijd blijven de algemene doeleinden van OCLC om de toegang tot informatie in de wereld te bevorderen en de mate van stijging van de bibliotheekkosten te verminderen, voorop staan."
Werd getekend: Larry Alford, voorzitter van de OCLC Board of Trustees, en Jay Jordan, CEO en president van OCLC.
|
 |
ICT-budget overheid zet bestedingen onder druk
3 augustus - De ICT-sector zit in een dip, zo blijkt uit de ICT Barometer van Ernst & Young. De ICT Indicator is gedaald van 104 naar 81 en bereikt daarmee het niveau van december 2009. De indicator is gebaseerd op de conjuncturele ontwikkelingen van de afgelopen twee maanden voor interne ICT’ers, de inhuur van externe ICT’ers en de verwachte budgetten/bestedingen in de komende twaalf maanden van het bedrijfsleven en overheid aan hardware, software en IT-services.
Hoewel de ICT Indicator in mei nog een aanzienlijke stijging vertoonde, is de voorspelling dat de index in de komende twaalf maanden nauwelijks boven de 100 punten zal komen. De overheid zal naar verwachting minder investeren in hardware en software. Voor de komende twaalf maanden verwacht nog slechts 25 procent van de ondervraagde managers dat de bestedingen aan hardware zullen groeien (was 41 procent in mei), 24 procent ziet een afname (was 16 procent in mei). Hetzelfde geldt voor de investeringen in software: de komende twaalf maanden voorziet nog maar 39 procent van de overheidsmanagers een groei (53 procent in mei) terwijl 15 procent een afname verwacht (13 procent in mei). Ook de uitgaven aan IT-services dalen de komende twaalf maanden aanzienlijk bij de overheid: 22 procent voorspelt een groei (38 procent in mei), 42 procent ziet een afname (27 procent in mei).
Kansen De verwachtingen laten ook een positief beeld zien. Bedrijven tussen de twintig en de honderd medewerkers zijn opvallend positief in de verwachtingen over de groei van budget, software en services voor de komende twaalf maanden. ICT-bedrijven zullen hun omzet de komende tijd vooral bij bedrijven van deze grootte moeten zien te halen en in de sector handel en dienstverlening, zo blijkt uit de ICT Barometer. De ICT-budgetten bij de overheid zullen de komende tijd blijven dalen en grote bedrijven met meer dan vijfhonderd medewerkers zijn nog erg voorzichtig, voorspelt Ernst & Young. De stijging bij middelgrote bedrijven is nog niet sterk genoeg om deze terughoudendheid op te heffen. Het bedrijf verwacht dat stijgende ICT-budgetten van het bedrijfsleven pas in 2011 de bezuinigingen van de overheid zullen compenseren.
Zwaar jaar De onderzoeksresultaten voorspellen dus (weer) een lastig jaar voor ICT-bedrijven. Naar verwachting zal de ICT Indicator dit jaar niet meer boven de 100 punten komen. Om dit jaar door te komen, raadt Ernst & Young ICT-bedrijven aan om met extra aandacht te kijken naar hun prijsbeleid en creativiteit in dienstverlening. Voor de MKB-markt verdienen online back-up, software als webdienst en e-mailprogramma's via het web meer aandacht dan ooit. Via www.ict-barometer.nl is het rapport met de onderzoeksresultaten te downloaden.
|
 |
Miljoenenimpuls voor verbetering lerarenopleiding 2 aug. − Staatssecretaris Marja van Bijsterveldt (OCW) stelt voor de komende twee jaar 4 miljoen euro extra ter beschikking om de kwaliteit van de lerarenopleidingen te verbeteren. Deze extra financiële bijdrage is toegekend aan acht landelijke expertisecentra. In een landelijk expertisecentrum werken instellingen uit het hoger beroepsonderwijs en het wetenschappelijk onderwijs samen om inhoudelijke en vakdidactische expertise in een bepaald vak te ontwikkelen en te bundelen en deze expertise aan lerarenopleidingen en scholen aan te bieden. Doel is om de kwaliteit van de lerarenopleidingen te verbeteren. De landelijke expertisecentra zijn drie jaar geleden met ondersteuning van OCW opgericht. Het extra geld wordt de komende twee jaar ingezet voor onder andere vakken die te maken hebben met een beperkte vraag en/of een gering aanbod aan studenten, zoals bijvoorbeeld Duits of wiskunde. De centra worden bovendien betrokken bij de verdere ontwikkeling en invoering van de kennisbasis voor de lerarenopleidingen. In de kennisbasis is, voor zowel de vakken op de pabo als voor de tweedegraads lerarenopleidingen, vastgelegd wat studenten ten minste moeten kennen om te kunnen afstuderen. Volgens staatssecretaris Van Bijsterveldt zijn deze landelijke expertisecentra een grote meerwaarde voor de kwaliteit van de lerarenopleidingen sinds de oprichting drie jaar geleden: didactische handboeken zijn na enkele decennia weer up-to-date, er zijn digitale kennisbanken ontwikkeld waar docenten onderling kennis en ervaringen kunnen uitwisselen en verschillende centra waren betrokken bij het opstellen van de kennisbasis.
Hieronder het overzicht van de acht landelijke expertisecentra met de ‘penvoerder’ tussen haakjes: • (Landelijk expertisecentrum Economie en Handel (Vrije Universiteit) Landelijk expertisecentrum opleidingen Nederlands en Diversiteit (Hogeschool Utrecht) Landelijk expertisecentrum Mens- en Maatschappijvakken (Universiteit van Amsterdam) • Expertisecentrum Leren van Docenten (Universiteit Leiden) • Expertisecentrum Moderne Vreemde Talen (Universiteit Leiden) • Landelijk expertisecentrum Onderwijs en Zorg (Fontys Hogescholen) • Expertisecentrum voor Lerarenopleidingen Natuurwetenschap en Techniek (Universiteit Utrecht) • Expertisecentrum Lerarenopleidingen Wiskunde en Rekenen (Universiteit Utrecht) Bron: ministerie van OCW
|
 |
AKO start verkoop digitale tijdschriften via de iPad 30 juli - AKO maakt het vanaf augustus mogelijk om met een speciale App digitale tijdschriften op de iPad te kopen en vervolgens te lezen. Via de AKO Tijdschriften App wordt een keur aan Nederlandse bladen aangeboden, waaronder HP/de Tijd, Vriendin, AvantGarde, Weekend, EOS en vele andere titels. De AKO Tijdschriften App kan gratis worden gedownload via de App Store van Apple. In eerste instantie biedt AKO alleen de tijdschriften van de Audax uitgeverijen in abonnementvorm aan. AKO verwacht op korte termijn ook tijdschriften in digitale versie van andere uitgevers aan te kunnen bieden. Tot 31 oktober 2010 geldt een introductieaanbod: voor alle weekbladen geldt 10 exemplaren voor 10 euro, voor maandbladen 5 exemplaren voor 10 euro. Abonnementen worden niet automatisch verlengd. Voor de realisatie is Audax Digital een samenwerking aangegaan met initiatiefnemer MagWorld, onderdeel van Aemotion B.V., gespecialiseerd in multiplatform communicatie-oplossingen. De digitale kiosk draait op het Nederlandse Read-and-Go platform dat door Aemotion ontwikkeld is. Via dit platform wordt het in de toekomst ook mogelijk om de bladen met extra interactiviteit te publiceren. Bladenuitgever Audax Publishing zal dan ook later dit jaar interactie en rijkere content toevoegen aan de iPad edities van haar bladen.
|
 |
Trends in bibliotheekcollecties en budgetten 30 juli - EBSCO heeft in februari onderzoek gedaan naar de invloed van de huidige economische omstandigheden op bibliotheken en informatieafdelingen. Ook is gekeken naar de manier waarop hier mee omgegaan wordt. Veel respondenten gaven aan budgetverlagingen opgelegd te krijgen. Zij zijn dan ook continu op zoek naar manieren om kostenbesparingen te realiseren in 2010-2011. Download hier het rapport
|
 |
Meer frequentieruimte voor mobiel breedband 29 juli − Minister Van der Hoeven (Economische Zaken) wil extra frequentieruimte beschikbaar maken voor mobiel breedband. Zij wil zo inspelen op de sterke groei in het gebruik van mobiel breedband door onder andere ‘smartphones’ en mobiel laptopgebruik. Dat schrijft Van der Hoeven woensdag 28 juli 2010 in een brief aan de Tweede Kamer. Door de omschakeling van analoge naar digitale televisie-uitzendingen in 2006, ontstond ruimte in de ether dat wel wordt aangeduid als het ‘digitaal dividend’. Een deel van deze vrijkomende frequentieruimte is al in 2006 beschikbaar gekomen voor het verzorgen van digitale televisie-uitzendingen. Vanaf 2012 komt de rest van het digitaal dividend beschikbaar, omdat dan ook in de Nederland omringende landen de omschakeling van analoog naar digitaal wordt afgerond. Van der Hoeven wil in dat verband de 800 MHz-frequentieruimte beschikbaar maken voor mobiel breedbandgebruik.
Uit onderzoek van de Europese Commissie blijkt dat in heel Europa de vraag naar mobiel breedband snel stijgt. Met deze extra frequentieruimte wordt ingespeeld op die stijgende vraag. Voorkomen moet worden dat de groei van de mobiele markt wordt beperkt door een gebrek aan frequentieruimte.
Mobiele communicatie is een belangrijke motor van innovatie. Vervolgstappen Belangrijk aandachtspunt voor Van der Hoeven is dat gebruik van de 800 Mhz band voor mobiele communicatie niet leidt tot overlast voor de consument in de vorm van storing op ontvangstapparatuurapparatuur voor televisie. Hierover kwamen signalen binnen bij een consultatie van de voornemens. Om de kans op storing na te gaan heeft Agentschap Telecom (AT) nader onderzoek verricht. Uit dit onderzoek blijkt nu dat de kans op storing ver beneden de 1 procent ligt. Eventuele knelpunten zijn daarmee te overzien en bovendien oplosbaar door eenvoudige ingrepen. Ook wordt binnen Europa gewerkt aan verdere vermindering van de storingsgevoeligheid van apparatuur. In september 2010 wordt meer duidelijk over de planning van de uitgifte van de 800 Mhz frequenties en de samenhang met de andere op termijn vrijkomende frequenties. Bron: ministerie van EZ
|
 |
Heling van computergegevens wordt strafbaar 29 juli − Iemand die niet-openbare gegevens zonder toestemming uit een computer overneemt, wordt strafbaar. Ook het helen van computergegevens wordt strafbaar. Verder wordt het verbod op afluisteren, aftappen en opnemen van vertrouwelijke gesprekken uitgebreid. Ook krijgen officieren van Justitie bevoegdheid om strafbare informatie van internet te laten verwijderen. Dit blijkt uit een wetsvoorstel dat minister Hirsch Ballin van Justitie op 28 juli 2010 voor advies naar verschillende instanties heeft gestuurd. De bewindsman wil burgers met het wetsvoorstel beschermen tegen misbruik van computergegevens. Medewerkers van bedrijven of instellingen die bijvoorbeeld opzettelijk persoonlijke gegevens van een bekende Nederlander uit een computer kopiëren om deze aan derden door te verkopen, kunnen daarvoor straks een gevangenisstraf krijgen van maximaal een jaar. Dit was al strafbaar voor medewerkers van aanbieders van telecommunicatienetwerken.
Ook het helen van computergegevens wordt strafbaar. Criminelen die digitaal gestolen informatie - zoals wachtwoorden - doorsluizen aan derden zijn nu niet strafbaar omdat deze informatie juridisch gezien geen 'goed' is. Een 'goed' is iets waarover je niet meer beschikt als een ander ermee vandoor gaat, zoals bijvoorbeeld een fiets. Als een hacker een computerbestand kopieert en doorsluist, raakt de eigenaar de gegevens niet kwijt. De gegevens staan dan nog in zijn computer. Vervolging voor heling is nu daarom niet mogellijk. Het wetsvoorstel brengt daar verandering in. Straks hoeft de eigenaar de gegevens niet meer kwijt te zijn om derden te kunnen vervolgen voor heling. Voor een veroordeling blijft het van belang dat de verdachte wist of kon vermoeden dat de informatie afkomstig is van een misdrijf.
Verder wil Hirsch Ballin het verbod verruimen op het afluisteren, aftappen of opnemen van vertrouwelijke gesprekken. Nu is het bijvoorbeeld verboden om stiekem in een woning een gesprek op te nemen, als degene die het gesprek opneemt daar zelf niet aan deelneemt. Straks geldt het verbod ook voor de dader die wél gespreksdeelnemer is en die zonder toestemming opnames heeft gemaakt. Het Nederlands recht komt hiermee op één lijn met bestaande wettelijke regels in Frankrijk en Duitsland. Hirsch Ballin vindt het strafwaardig als je bijvoorbeeld als deelnemer aan een vertrouwelijk gesprek heimelijk opnamen maakt en die vervolgens op het internet zet om mensen te beschadigen. Daar komt een gevangenisstraf van maximaal een jaar op te staan. Overigens is het op kenbare wijze opnemen van gesprekken in de publieke ruimte niet strafbaar. Dat verandert niet door het wetsvoorstel.
Officieren van Justitie krijgen bevoegdheid om strafbare informatie van internet te laten verwijderen. Veel internetproviders werken vrijwillig volgens de zogeheten notice and take down-gedragscode. Zij verwijderen zelf gegevens als overduidelijk is dat die informatie onrechtmatig of strafbaar is. Wanneer de gedragscode niet afdoende is, dan kan de officier van Justitie opdracht geven om de informatie op internet ontoegankelijk te maken. Hij kan ook een dwangsom opleggen, bijvoorbeeld als gegevens snel geblokkeerd moeten worden om erger te voorkomen, en het nodig is zijn bevel kracht bij te zetten. Bron: ministerie van Justitie
|
 |
Doorbraak: computers nog sneller door lasertechnologie 28 juli – Intel heeft een belangrijke doorbraak gerealiseerd in het streven om elektronen te vervangen door lichtstralen. Hiermee zijn data verder en vooral sneller te transporteren dan mogelijk is met de huidige kopertechnologie: tot 50 gigabit aan data per seconde. Met deze snelheid kun je per seconde een complete HD-film verzenden. Deze snelle en goedkope optische technologie kan leiden tot totaal nieuwe typen computers, van netbooks tot supercomputers.
In de computers van vandaag zijn de verschillende onderdelen − de processor, het geheugen, et cetera − met elkaar verbonden door middel van koperverbindingen of − kabels. Dit soort metalen verbindingen heeft echter een vrij kort bereik. Dat zorgt voor beperkingen bij het ontwerpen van computers, omdat al deze onderdelen maar een paar centimeter van elkaar verwijderd mogen zijn.
Deze doorbraak is een belangrijke stap op weg naar het vervangen van deze koperverbindingen door zeer dunne en lichte optische verbindingen. Deze kunnen veel meer data over veel grotere afstanden transporteren. Ze zorgen voor een radicale verandering van de manier waarop computers in de toekomst zullen worden ontworpen en van de architectuur van het datacenter van morgen.
Het is bijvoorbeeld heel goed mogelijk dat het datacenter of de supercomputer van morgen bestaat uit onderdelen die verspreid zijn over een gebouw of zelfs een heel terrein. Ze communiceren onderling met een zeer hoge snelheid, omdat ze niet meer beperkt worden door zware koperen kabels met een beperkte capaciteit en bereik. Hierdoor kunnen gebruikers van datacenters, zoals zoekrobots, aanbieders van cloud computingdiensten of financiële instellingen, de prestaties en mogelijkheden vergroten en zijn aanzienlijke kostbesparingen mogelijk op het gebied van serverruimte en energie. Wetenschappers kunnen krachtigere supercomputers bouwen om ’s werelds meest complexe wetenschappelijke vraagstukken op te lossen. Het 50Gbps Silicon Photonics Link-prototype is het resultaat van jarenlang onderzoek op het gebied van silicon photonics, waarin diverse primeurs werden gerealiseerd. Het prototype bestaat uit een silicium zenderchip en een ontvangerchip, die bouwstenen bevatten die eerder zijn ontwikkeld door Intel. Dit zijn onder andere de eerste Hybrid Silicon Laser die in 2006 samen met de Universiteit van Californië is ontwikkeld, evenals snelle optische modulators en photodetectors die in 2007 zijn aangekondigd.
De zenderchip bevat vier van deze lasers, waarvan de lichtstralen naar een optische modulator worden gezonden die vervolgens de data converteert met een snelheid van 12,5 Gbps. De vier laserstralen worden gecombineerd en uitgestuurd via een enkele optische fiber, voor een totale datasnelheid van 50 Gbps. Aan het andere einde van de verbinding scheidt een ontvangerchip de vier optische stralen van elkaar en stuurt ze naar lichtdetectors, die de data weer terug converteren naar elektrische signalen. Beide chips zijn vervaardigd met behulp van goedkope fabricagetechnieken die nu al worden toegepast in de pc-industrie. Onderzoekers van Intel werken aan het opvoeren van de prestaties, door de snelheid van de modulator te verhogen en door het aantal lasers per chip te vergroten. Zo kunnen in de toekomst terabit/seconde optische links worden gerealiseerd − snel genoeg om de typische inhoud van een laptop in één seconde te kopiëren.
|
 |
Samenleving wordt steeds individualistischer
28 juli − Nederlanders zijn niet blij met veranderingen in het sociale leven. We hechten veel belang aan de omgang met anderen, maar verwachten dat de manier waarop we met elkaar omgaan in de toekomst steeds individualistischer wordt. Dit concludeert BNP Paribas, 'the bank for a changing world', naar aanleiding van de Change Index, het onderzoek naar Verandering dat Blauw Research onlangs voor de bank heeft uitgevoerd. Ook vindt een ruimte meerderheid van de Nederlanders dat veranderingen in de manier waarop we met elkaar omgaan en de aandacht die we voor elkaar hebben, de verantwoordelijkheid is van alle burgers zelf. Slechts een minderheid vindt het (ook) een politieke verantwoordelijkheid.
Acht op de tien Nederlanders verwachten dat de samenleving in de toekomst steeds individualistischer wordt. Terwijl 80 procent veel belang hecht aan de aandacht die we voor elkaar hebben en de manier waarop we met elkaar omgaan. Eveneens acht op de tien Nederlanders zien verandering (vervaging) van waarden en normen en zijn hier niet blij mee. Verder vindt een ruime meerderheid de verandering van het tempo waarin geleefd wordt en van de stress die het leven met zich meebrengt niet prettig. Hoe jonger de Nederlanders hoe minder zorgen zij zich maken over verschillende veranderingen. Alleen ten aanzien van veranderingen in de tijd die men heeft voor de omgeving maken jongeren zich even vaak zorgen als ouderen. Volgens bijna de helft van de Nederlanders is er op persoonlijk vlak weinig te vrezen; tijd voor familie en vrienden blijft er en slechts 10 procent maakt zich zorgen over de stabiliteit van liefdesrelaties.
Positieve rol voor sociale media Acht op de tien Nederlanders verwachten dat de manier waarop we met elkaar communiceren zal veranderen, bijvoorbeeld door sociale media. De meeste Nederlanders vinden dit positief. Positieve veranderingen in het sociale leven dankzij sociale media zijn: beter op de hoogte van waar vrienden en familie mee bezig zijn (41 procent), vaker contact met familie en vrienden (33 procent), contact met familie en vrienden is verbeterd (24 procent). Zes op de tien Nederlanders gebruiken (bijna) dagelijks sociale media.
Andere opvallende zaken die naar voren kwamen zijn: - De overgrote meerderheid gebruikt sociale media vooral privé. Echter, 52 procent denkt dat sociale media straks niet meer weg te denken zijn uit het professionele leven; - Vrouwen maken vaker gebruik van sociale media dan mannen; - Vrouwen zijn vaker positief over de invloed van sociale media op hun sociale leven; - Lager opgeleiden maken minder vaak gebruik van sociale media dan middelbaar en hoger opgeleiden; - Jongeren ondervinden vaker veranderingen in hun sociale leven door sociale media dan Nederlanders van middelbare leeftijd en ouderen.
Meer informatie is te vinden op: www.change-index.nl en in het onderzoeksrapport van Blauw Research in de bijlage. Daarnaast kan elke bezoeker op de website anoniem de eigen Change Index (veranderingsgezindheid) berekenen en vergelijken met anderen.
|
 |
Wettelijke garantie voor softwarekwaliteit schudt markt flink op 27 juli - De levering van standaardsoftware valt volgens het Amsterdamse Gerechtshof onder het kooprecht van het Burgerlijk Wetboek. Daarmee krijgen licentienemers voor het eerst een wettelijk recht op een stevige kwaliteitsnorm. Het afgeleverde computerprogramma moet namelijk ‘aan de overeenkomst beantwoorden’. Nieuwe jurisprudentie ligt in het verschiet, omdat de softwaresector waarschijnlijk snel meer duidelijkheid wil hebben over deze wettelijke verplichting en gebruikers hun zojuist verworven garantierechten graag in bestaande contracten bevestigd willen zien. Dat blijkt uit de zojuist verschenen trendanalyse Garantierechten en softwarekwaliteit van bedrijfsjurist en industrieanalist Mr. Victor de Pous.
Creatieve rechter Juristen voeren al decennia lang discussie of de koop van het gebruiksrecht op een computerprogramma tevens een koop in de zin van het Burgerlijk Wetboek is. De heersende leer beantwoordt de rechtsvraag hoofdzakelijk negatief, omdat de koopregeling bedoeld is voor fysieke producten, zoals een televisie of een auto en niet voor zoiets ongrijpbaars als software. Programmacode is geen voor menselijke beheersing vatbaar stoffelijk object. ‘Maar het Amsterdamse hof bedacht een innovatieve, analoge redenering om software toch onder het koopregime te brengen’, aldus De Pous. ‘De rechter stelt de levering van een softwarepakket op basis van een langdure licentie namelijk gelijk aan de levering van een vermogensrecht en volgens het Burgerlijk Wetboek zijn hierop de regels van de koopovereenkomst van toepassing. Verkopers, dus niet alleen softwareproducenten maar bijvoorbeeld ook dealers, moeten nu garanderen dat het softwareproduct aan de overeenkomst beantwoordt.’
Stevige minimumnorm De nieuwe kwaliteitsnorm heeft veel weg van het door de industrie rigoureus afgewezen ‘fitness for purpose’-beginsel, want op basis van de uitspraak in hoger beroep moet standaardsoftware in Nederland vanaf heden minimaal voldoen aan de redelijke verwachtingen die een gebruiker heeft en tevens de eigenschappen bezitten die voor een normaal gebruik nodig zijn. Dat wordt conformiteit genoemd. Op welke wijze de open normstelling precies ingevuld gaat worden, hangt af van de opvattingen van rechters in concrete zaken. In ieder geval is rechtspositie van softwaregebruikers door de verassende visie van het hof aanzienlijk verbeterd. Zo lang de Hoge Raad zich niet over deze materie heeft uitgesproken, geldt in beginsel de analoge redenering van het Amsterdamse Gerechtshof. ‘Maar daarmee is onduidelijk hoe de nieuwe kwaliteitsnorm zich verhoudt tot de levering van maatwerksoftware, open source software, software als dienst (SaaS) en cloud-computingdiensten’, waarschuwt De Pous. Ook om deze reden zal het arrest waarschijnlijk spoedig voor verdere jurisprudentie in dit domein zorgen.
|
 |
Twitter nieuwsbron voor journalist 26 juli - Twitter is bezig aan een sterke opmars als nieuwsbron voor journalisten en bloggers. Meer dan de helft van de journalisten en bloggers in Nederland heeft een Twitter-account en van hen gebruikt maar liefst 88% het kanaal voor nieuwsvergaring. Dit komt naar voren uit een onderzoek onder 215 journalisten en bloggers, uitgevoerd door ANP Pers Support, Marketingfacts, LEWIS PR en Stichting One. Naast Twitter merken de respondenten ook Google aan als manier om te zoeken naar nieuws; 82 % van de respondenten zet de zoekmachine daarvoor in. Als startpunt in de zoektocht naar achtergrondinformatie scoort Google nog hoger; maar liefst 99% van de journalisten en bloggers weet zijn weg naar Google te vinden. 83% van de journalisten gebruikt Twitter om zijn artikel te promoten en 58% van hen gebruikt het kanaal om achtergrondinformatie bij een artikel te verkrijgen. Ondanks de opkomst van Google en Twitter als nieuwsbron, geven de respondenten aan nog steeds waarde te hechten aan 'traditionele' persberichten. Vier op de vijf verwacht dat het persbericht niet uit het medialandschap zal verdwijnen. Klik hier voor de resultaten van het onderzoek Bron: ANP
|
 |
Bewustzijn over nieuw internetprotocol neemt toe 26 juli - Nederland zit in de voorhoede bij de voorbereiding voor het gebruik van het nieuwe internetprotocol IPv6. Hoewel het gebruik nog laag is, blijkt uit het toenemend aantal aangevraagde adressen dat het bewustzijn wel toeneemt. Het is echter nog onduidelijk op welke schaal daadwerkelijk voorbereidingen worden getroffen om het nieuwe internetprotocol in te voeren. Dat blijkt uit een eerste onderzoek naar IPv6 dat onderzoeksinstituut TNO in de periode januari-april 2010 heeft uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Economische Zaken.
IPv6, Internet Protocol versie 6, is een nieuwe versie van het Internet Protocol dat wordt gebruikt om computers op internet een adres te geven en met elkaar te laten communiceren. Het nieuwe protocol is nodig vanwege de enorme groei van het aantal benodigde IP-adressen op internet. De IP-adressen die het huidige op IPv4 gebaseerde internet laten werken, raken snel op. Alleen door IPv6, de opvolger van IPv4, tijdig in te voeren kan het internet zonder belemmeringen door blijven groeien. De huidige voorspellingen laten zien dat er nu nog maar zeven procent van de IPv4-adressen beschikbaar is. Bij de huidige groei van het internet zijn deze in september 2011 op. Tot eind 2009 had Nederland in totaal 23 miljoen IPv4-adressen aangevraagd, waarvan 2 miljoen in 2009. Deze groei is toe te schrijven aan de opkomst van mobiele toepassingen die naar verwachting blijft doorzetten.
Meer aanvragen In de afgelopen twee jaar heeft het aantal IPv6-aanvragen een vlucht genomen. Vooral in internetmarkten met een hoge internetpenetratie, West-Europa en Noord-Amerika, is het aantal aanvragen sterk gegroeid. Nederland heeft in de afgelopen twee jaar met ruim drie miljoen aanvragen een plek verworven in de mondiale top 10 van landen met het grootst aantal aangevraagde IPv6-adressen.
Het is volgens TNO echter onduidelijk op welke schaal er daadwerkelijk voorbereidingen worden getroffen om IPv6 in te voeren. Het aantal internetproviders dat daadwerkelijk een IPv6-verbinding aanbiedt aan haar klanten, is met zeven nog gering. Ook is nog niet helder hoe snel meer diensten en content (o.a. websites) op IPv6 beschikbaar komen.
Uit onderzoek van TNO en GNKS naar de ondersteuning van zowel IPv4 als IPv6 bij de 500 meest populaire websites per land in de EU, blijkt dat de hoogste score gehaald wordt door Nederland (rond de 1,8%). Dit komt overeen met 9 van de 500 websites die voorbereid zijn op IPv6. Het marktaandeel van IPv6-geschikte besturingssystemen is op dit moment ongeveer 50 procent. TNO stelt in haar onderzoek dat het uitblijven van een IPv6-verbinding en aanbod van diensten en content een grote belemmering kan vormen voor de uitrol van IPv6 in Nederland. Download hier het TNO-whitepaper IPv6 Monitoring in Nederland: De Nulmeting
Bron: ministerie van EZ
|
 |
Banken missen sociale media-boot 23 juli - Global Intelligence Alliance (GIA), een wereldwijde strategische market intelligence en adviesgroep, heeft een bulletin uitgebracht waarin het bureau aangeeft dat retailbanken zakelijke kansen mislopen die zijn ontstaan door het groeiend aantal financiële transacties op sociale media platformen. GIA is van mening dat retailbanken tijdens de e-commerce revolutie in de jaren negentig mogelijkheden voor online financiële dienstverlening zijn misgelopen; ze lopen nu opnieuw de kans de boot te missen, ditmaal binnen de wereld van sociale media. De wereldwijde virtuele dollarmarkt groeit explosief en kan volgens schattingen van Engage Digital Media een omvang van US $10 miljard bereiken in 2010. Sociale netwerkgebruikers en online gamers raken steeds bekender met het betalen voor virtuele diensten en er ontstaat steeds meer vraag naar efficiënte en veilige microbetalingen in virtuele of reële valuta. De behoefte aan een flexibele en veilige betalingsinfrastructuur binnen sociale netwerkomgevingen biedt banken de mogelijkheid om sociale media spelers oplossingen te bieden op basis van hun technische kennis, processen, betrouwbaarheid, compliance en reputatie. Retailbanken kunnen hun omzetstroom uitbreiden en diversificeren en verdere groei van sociale media aanjagen door de financiële infrastructuur te verbeteren. Het bulletin noemt vier gebieden waarop retailbanken online financiële transacties via sociale mediaplatformen kunnen faciliteren: * Het opzetten van een virtuele bank. * Faciliteren van veilige online betalingsdiensten. * Management services voor virtuele valuta. * Risico- en liquiditeitsmanagement oplossingen voor peer-to-peer bankdiensten. Het bulletin van GIA schetst verder een aantal manieren waarop retailbanken kunnen samenwerken met zowel sociale media als online gaming partijen. Zie http://tinyurl.com/3xmatlt Bron: Nieuwsbank
|
|
|
|
|
|
| |
|
|
|